Er wordt nog steeds te veel gepest!

Cijfers over pesten

 Het percentage jeugdigen dat pest komt zowel op de basisschool als in het voortgezet onderwijs vaak voor. Ruim een kwart van de scholieren pest af en toe. Het aantal kinderen dat pest is de afgelopen jaren licht gedaald. Ruim 6 procent van de leerlingen zegt vaak te pesten, dit percentage is in het voortgezet onderwijs iets hoger dan binnen het basisonderwijs (HBSC 2009). Jongens pesten op alle leeftijden vaker dan meisjes. Vmbo-leerlingen pesten vaker dan vwo-leerlingen.

pesten1

Een nieuwe vorm van pesten is digitaal pesten. In 2007 maakte 56 procent van de jongeren zich minstens één keer per maand schuldig aan een vorm van online pesten, blijkt uit de Monitor Jongeren en Internet.

 In de afgelopen jaren zijn er verschillende onderzoeken uitgevoerd naar het pestgedrag van kinderen en jongeren. Er zijn drie grote monitoren die elke paar jaar herhaald worden: het HBSC-onderzoek, de Nationale Scholierenmonitor en de Monitor Jongeren en Internet. Daarnaast is er in 2003 nog de Peiling Jeugd en Gezondheid uitgevoerd, een groot onderzoek naar de leefsituatie en welzijn (waaronder pestgedrag) van kinderen. Al deze onderzoeken gaan uit van zelfrapportage; aan de jongeren zelf is gevraagd of zij anderen pesten. De resultaten zijn dus afhankelijk van wat de jongeren zelf beleven en hoe zij tegen het begrip ‘pesten’ aankijken. Ook verschilt de definiëring van het begrip per onderzoek.

 HBSC-onderzoek

Uit het HBSC-onderzoek van 2009 blijkt dat pesten zowel op de basisschool als in het voortgezet onderwijs vaak voorkomt; respectievelijk 28 en 30 procent van de scholieren heeft zich er de afgelopen maanden minimaal een keer schuldig aan gemaakt. Jongens pesten op alle leeftijden vaker dan meisjes. In vergelijking met vwo-leerlingen pesten meer leerlingen van het vmbo regelmatig medeleerlingen (vmbo-b 11 procent; vwo 3 procent). Daarnaast pesten iets meer allochtone leerlingen dan autochtone leerlingen (11 procent tegenover 6 procent).

Tussen 2001 en 2009 is het percentage leerlingen in het voortgezet onderwijs dat vaak pest, gedaald van 11 naar 7 procent.

 pesten 2

Jongens versus meisjes

Voor jongens verdubbelt het percentage dat vaak pest tussen het 12e en 13e jaar (van ruim 4 naar 9 procent), waarna het percentage nog iets stijgt tussen de 13 en 14 jaar en daarna relatief stabiel blijft. Bij meisjes blijft het percentage dat vaak pest redelijk stabiel tussen het 12e en 16e jaar (dit schommelt tussen de 2 en 5 procent).

 Andere onderzoeken

Op de vraag uit de Peiling Jeugd en Gezondheid hoe vaak kinderen zelf pesten, zegt 70 procent van de kinderen tussen 8 en 12 jaar dat de afgelopen paar maanden niet te hebben gedaan. 5 procent pest met grote regelmaat (meerder keren per maand of wekelijks). Jongens pesten vaker dan meisjes. De Nationale Scholierenmonitor 2007 laat ongeveer dezelfde percentages zien. 9,5 procent van de leerlingen in het voortgezet onderwijs zegt regelmatig tot heel vaak medeleerlingen uit te schelden en 4,6 procent zegt medeleerlingen regelmatig of vaak buiten te sluiten. Bijna de helft van de leerlingen zegt anderen nooit uit te schelden (46 procent) en zo’n driekwart (72,1 procent) zegt nooit anderen buiten te sluiten of te negeren.

 pesten

Pesten op school

Uit een onderzoek naar veiligheid in en om de scholen komt naar voren dat 62 procent van de leerlingen op de basisschool te maken heeft met verbaal geweld, en 43 procent met lichamelijk geweld. in het voortgezet onderwijs krijgt 68 procent met verbaal geweld te maken en 20 procent met grof lichamelijk geweld. In het primair onderwijs zegt 9 procent van de leerlingen dat de school veiliger moet worden, in het voortgezet onderwijs geeft 93 procent aan zich veilig te voelen.

De School & Innovatie Groep heeft in 2008 en in 2012 een landelijk onderzoek gedaan naar pesten op de basisschool. In 2012 geeft 9 procent van de leerlingen aan gepest te wiorden. Dat is één procent meer dan vier jaar eerder. In die periode is het percentage leerlingen dat zegt zelf structureel te pesten juist gezakt van 3,8 naar 2,7 procent.

 Digitaal pesten

De Monitor Jongeren en Internet heeft onderzocht hoeveel kinderen en jongeren digitaal pesten en gepest worden. In 2007 maakte 56 procent van de jongeren zich minstens één keer per maand schuldig aan een vorm van online pesten. Hierbij is het begrip online pesten breed opgevat, het loopt uiteen van iemand beledigen, kwetsen, lastig vallen tot iemand volledig negeren. Dit gebeurt bijvoorbeeld op sociale netwerksites en via Twitter of You tube. Als expliciet aan jongeren gevraagd wordt of ze weleens iemand pesten op internet, zegt 8 procent dit wel eens te doen.

 pesten 3

Pesten en gepest worden

Veel leerlingen die pesten, worden zelf ook gepest. 13 procent van alle leerlingen zegt zowel zelf gepest te worden als anderen wel eens te pesten terwijl 22 procent zegt anderen wel eens te pesten, zonder zelf gepest te worden. Van de leerlingen die gepest worden is het percentage dat zelf ook pest groter dan dat van leerlingen die niet gepest worden (49 procent tegenover 30 procent) (HBSC 2005). uit het Landelijk onderzoek pesten 2012 blijkt dat op de basisschool 15 procent van de pesters zelf ook gepest wordt.

Ook uit de Peiling Jeugd en Gezondheid komt naar voren dat er een verband is tussen pesten en gepest worden. Van de kinderen die vaak zijn gepest gedurende de afgelopen maanden heeft 16 procent ook zelf vaak gepest. Ter vergelijking: van de kinderen die niet zijn gepest heeft slechts 2 procent vaak gepest. Dit onderzoek geeft ook informatie over de samenhang tussen pesten en psychosociale problemen. Kinderen die anderen pesten rapporteren vaker dat ze depressief zijn dan kinderen die nooit anderen pesten: 55 versus 29 procent. Bovendien hebben deze kinderen volgens de ouders ook vaker externaliserende problemen (vooral agressief gedrag), maar niet vaker internaliserende problemen (zoals zich terugtrekken en angstig of depressief gedrag).

 Pesten en agressief gedrag

Dorsselaer noemt in het HBSC-onderzoek 2005 dat er verbanden bestaan tussen pesten en verschillende vormen van agressief gedrag. Zo zijn frequente pesters veel vaker dan niet-pesters betrokken bij ander probleemgedrag zoals delinquentie of overmatige alcoholconsumptie, en zetten ze dit probleemgedrag ook vaak voort als zij ouder worden. Uit het HBSC-onderzoek komt naar voren dat er een verband bestaat tussen pesten en vechten. Jongeren die het afgelopen jaar minstens één keer hebben gevochten, hebben anderen bijna twee keer zo vaak gepest (50 procent) als jongeren die niet hebben gevochten (27 procent). Het verschil is nog groter bij jongeren die vaak hebben gevochten: deze jongeren pesten anderen vier keer zo vaak (22 procent) als jongeren die niet vaak vechten (5 procent).

2 gedachten over “Er wordt nog steeds te veel gepest!”

  1. Huishoudschooltrutten

    Gepest worden is verschrikkelijk, als kind ben ik gepest! Op de basisschool werd ik gepest omdat ik een dromer was. Ik zat vaak naar buiten zat te staren of te tekenen, en als de leraar me dan maande tot opletten moest ik vaak huilen … ik was een huilertje, een gevoelig kindje. Het gevolg was dat ik op het schoolplein vaak werd uitgemaakt voor huilebalk, en omdat ik ook niet de mooiste kleren droeg maar wel in een ’betere buurt’ woonde was ik een “witbrood met jam” kind. Men ging er vanuit dat mijn ouders het huis waar we in woonde maar net konden betalen en we daarom in armoede leefden en alleen witbrood met jam konden betalen.

    Later kwam ik op de “huishoudschool”, wat nu VMBO is geworden, veel van de meiden waar ik mee op school zat waren van het asociale type en al de eerste dag vlogen twee van die meiden elkaar letterlijk in de haren. Ik had van huis uit altijd geleerd dat meisjes niet hoorde te vechten, dus ik trok me snel terug in mijn eigen wereldje. Elke dag werd ik gepest, uitgemaakt voor slijmerd en jankerd en na school wachtte die rotmeiden me vaak op om me te slaan en schoppen en mijn fiets kapot te maken.

    Nu…., zelfs na al die jaren doet het nog steeds pijn en springen de tranen in mijn ogen als kinderen gepest worden – ik ben dus nog steeds een huilebalk!

  2. Kijk pesten is heel erg enzo. Ik heb me ook allang mentaal voorbereid om op te komen voor mensen die gepest worden en dit ook al een paar keer gedaan, maar dit stukje slaat echt nergens op.
    Die percentages man, lmfao. 56% van de jongeren doet aan cyber-bullying? Biiitch pleaaaaseee, af en toe een kut opmerking maken is geen pesten. Pesten is het systematisch treiteren van iemand.
    Pesten moet gestopt worden, maar we moeten niet alles en iedereen gaan pamperen, af en toe krijg je misschien een rot opmerking te horen, misschien dat je je dan kan afvragen waarom? Als je dan tot de conclusie komt dat die ander gewoon jelly of w/e is nou dan weet je dat je het niet serieus hoeft te nemen.
    Dat mensen die gepest worden meestal “zwakkelingen” helpt natuurlijk niet mee, als jij je echt elke keer als iemand iets vervelends zegt je gepest voelt, dan is dat jouw probleem, niet dat van anderen. Ik wil niet zeggen dat zwakkelingen het verdienen om gepest te worden, maar we moeten stoppen met alles maar als pesten te zien.

    Indien u het taalgebruik ongepast vindt, dat is de generatiekloof :S

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *