Over geestelijke kindermishandeling…!

Ze kopen leuke, warme winterjassen voor hun kroost en hippe leren laarzen. Koken gezonde kost en verschijnen op elke ouderavond. Kortom: voor de buitenwereld lijken het perfecte ouders. Jammer dat veel van die mensen zich niet realiseren dat woorden ook blauwe plekken kunnen veroorzaken. En dat er zoiets bestaat als geestelijke kindermishandeling.

De een is niet slim genoeg, de ander te sloom en de derde lijkt sprekend op zijn vader- die deugt ook nergens voor

Eva is zeven en heeft moeite met lezen. Dyslexie, denkt haar onderwijzeres. Onzin, vindt haar moeder. Eva is gewoon lui. Daarom moet Eva na schooltijd een uur hardop voorlezen, terwijl haar ambitieuze moeder geïrriteerd naast haar zit. Als Eva niet uit een woord komt, corrigeert haar moeder haar zuchtend. Of op harde toon – het is maar net hoe haar bui is.

Negenjarige Reinier heeft zijn vader niet meer gezien sinds hij vier is. Volgens zijn moeder lijkt het jongetje sprekend op zijn vader, zowel uiterlijk als innerlijk. Een beetje introvert en achterbaks. Als hij geld nodig heeft, pakt hij het stiekem uit de portemonnee van zijn moeder. Als de juf boos op hem is, vertelt hij er thuis niets over. Als hij zijn fietssleutel kwijt is, verzwijgt hij dat dagenlang. Zijn moeder probeert zich in te houden, maar als ze moe en chagrijnig is, kan ze het niet laten haar zoontje naar zijn hoofd te slingeren dat hij net zo’n klootzak is als zijn vader. Een achterbakse leugenaar.

kindermishandeling1

Kimberley is een verlegen, dromerige tienjarige die het liefst de hele dag met een boekje in een hoekje zit. Haar moeder vindt echter dat ze moet hockeyen en tennissen. Kimberley bakt er niets van op het veld. Ze is bang voor de bal, maar dat vindt haar sportieve, extroverte moeder maar lariekoek. ‘Wat ben je toch een slome’, slingert ze haar dochter naar haar hoofd na de hockeytraining. ‘Alle meisjes rennen de benen uit hun lijf en jij staat maar een beetje suffig te kijken.’

David en Thomas gaan elk weekend naar hun vader, die hun moeder heeft verlaten voor de vriendin met wie hij nu samenwoont. De weekenden zijn gezellig, minder leuk is het om thuis te komen. Zoals die ene keer dat ze allebei een felbegeerd Buzz Lightyear rugzakje hadden gekregen, die mama meteen uit hun handen rukte. ‘Die rotzooi komt er bij mij niet in’, siste ze hun vader toe die waar de kinderen bij stonden. ‘Vertel dat kutwijf van je maar dat in míjn huis geen plaats is voor smakeloze rotzooi.’

In tegenstelling tot haar mooie, sierlijke zusje is twaalfjarige Jet een beetje lomp. Haar mond staat altijd een beetje open, wat haar gezichtje iets slooms geeft. Haar vader maakt er grapjes over. ‘Als je zo blijft kijken, krijg je nooit een vriendje´, plaagt hij. ´Waarom lijk je niet meer op je zus? Die moet de mannen nu al van zich afslaan.´

Zowel Eva als Reinier, David en Thomas, Kimberley en Jet worden tiptop verzorgd. Ze dragen leuke kleren, krijgen bruine boterhammen met kaas als ontbijt en hun kamertjes zijn gezellig ingericht. ’s Avonds gaan ze in bad en worden hun tanden door mama nog eens flink nagepoetst. Toch zijn ze alle vijf slachtoffer van geestelijke mishandeling. De een is niet slim genoeg, de ander te sloom en de derde moet elke avond horen dat het wijf met wie zijn vader nu samenwoont een eersteklas trut is. Of dat hij sprekend op zijn vader lijkt – die deugt ook nergens voor.

mishandeling

Of we het nu leuk vinden of niet – we walsen vaak net zo makkelijk over de kinderziel heen als onze ouders dat deden

Kinderpsychologen komen het elke dag tegen in hun praktijk: ouders die zich niet realiseren dat woorden ook blauwe plekken kunnen veroorzaken. Ze hebben heel bewust voor een kind gekozen, bestuderen nauwgezet de curven van het consultatiebureau, kopen meteen een piano als hun kind blijk geeft van de minste muzikaliteit en laten het op de eerste voetbaltraining verschijnen in een perfecte outfit – inclusief peperdure, hightech kicksen. Op het oog zijn het geweldige, zorgzame ouders. Er is echter één probleem: ze hebben geen idee van de kinderziel.

Of we het nu leuk vinden of niet – uit elk onderzoek blijkt dat wij onze kinderen bijna altijd opvoeden op de manier waarop we zelf zijn opgevoed. Hadden we ouders die schoolprestaties reuze belangrijk vonden, dan verwachten we van ons kind ook een hoge score op de Citotest. Vaders die altijd flauwe grapjes maakten over het uiterlijk van hun dochters, hebben zonen die hetzelfde doen bij hun kinderen. We zeggen bewust of onbewust dezelfde dingen tegen onze kinderen waar we ons vroeger zelf rot aan ergerden. Het tragische is dat de meeste ouders geen idee hebben dat ze opmerkingen maken die hun kind tot in het diepst van zijn ziel raken. Ze flappen het eruit in een slechte bui of als ze moe en geïrriteerd zijn en halen later hun schouders erover op. Het kind moet maar begrijpen dat het zo niet is bedoeld. Bovendien: we kunnen ze toch niet de hele dag prijzen? Daar krijgen ze het maar hoog in de bol van.

Daarom is het geen gek idee als we allemaal regelmatig de debet-credit test doen. Die gaat heel eenvoudig. Het enige dat is vereist is een flinke dosis zelfkennis en eerlijkheid. Pak een vel papier en schrijf aan de linkerkant hoeveel leuke momenten je de afgelopen week met je kind hebt gehad. Knuffelpartijen. Vertrouwelijke gesprekjes op de bedrand. Samen onder een warme plaid naar Dancing with the Stars gekeken. Koekjes gebakken. Schaatsles genomen. Dubbel gelegen van het lachen. Trek een dikke streep en beschrijf links op het papier de nare momenten. Alle keren dat je er iets hebt uitgeflapt wat eigenlijk niet door de beugel kan: Wat ben je toch onhandig. Snap je het nu nóg niet? Ik begrijp wel dat niemand met jou wil spelen. Ik wou dat ik nooit aan kinderen was begonnen. Ben je nu zo dom, of lijkt het maar zo? De momenten dat je gedesillusioneerd reageerde omdat je kind tegenviel wat school- en sportprestaties betreft. Die avond dat je het zonder nachtkus naar bed hebt gestuurd. Die keer dat je bij het ontbijt al stevige ruzie had omdat je een flink ochtendhumeur had. Of het moment dat je smalend opmerkte dat op zijn verlanglijst alleen maar domme wensen stonden.

Als de debetlijst (links) lang is en de creditlijst (rechts) kort, dan is er waarschijnlijk niet veel aan de hand. Dan ben je een gewone, leuke ouder die af en toe de fout in gaat. Is de creditlijst echter vrij lang of misschien wel langer dan de debetlijst, dan word het tijd je eens achter de oren te krabben.

jeugdzorg2_172691a

Eén troost: er zijn maar weinig ouders die hun kind bewust beschadigen. Niemand krijgt een kind met de gedachte: ‘Ik ga jou het leven eens flink zuur maken.’ De meeste ouders hebben gewoon nooit het goede voorbeeld van hun eigen ouders gekregen en reageren vanuit hun eigen onverwerkte emoties. Met tot gevolg dat ze de volgende generatie met precies dezelfde problemen opzadelen. Het zijn overigens niet alleen rotopmerkingen die kinderen voor de rest van het leven kunnen tekenen. Ook overbezorgde ouders die hun oogappeltjes krampachtig tegen elk denkbeeldig gevaar proberen te beschermen, moeten zich afvragen waar ze eigenlijk mee bezig zijn. Dat geldt ook voor ouders die veel te veel van hun kinderen verwachten (goed in sport, slim op school, vaardig op de piano, gevraagd voor elk feestje en partijtje).

Het komt erop neer dat we onze kinderen gebruiken om aan de buitenwereld te laten zien hoe geweldig we zijn

Psychologe en auteur Dr. Martine Delfos beschrijft in Afscheid van het normale kind iets waar ook veel ouders zich in zullen herkennen: intellectuele kindermishandeling. Het komt erop neer dat we onze kinderen gebruiken om aan de buitenwereld te laten zien hoe geweldig we zijn. We willen dat ze intelligent zijn, sociaal vaardig, assertief, zelfbewust, creatief én gelukkig. De druk die we daarmee op de schouders van onze kinderen leggen is ontzettend zwaar. Kinderen beschikken over duizenden hypergevoelige antennes, waarmee ze signalen van ouders feilloos opvangen. Ze weten dat het een desillusie voor pa en ma is als er een VMBO advies uit de bus komt, als ze slechts zelden voor een feestje worden uitgenodigd en een spreekbeurt verhaspelen. Doen ze het niet goed, dan krijgen ze al snel een etiketje opgeplakt: van ADHD als ze liever in bomen klimmen dan netjes aan tafel zitten, tot rekenblind als ze moeite hebben met vermenigvuldigen en motorisch gestoord als ze geen bal kunnen vangen. Werd er dertig jaar geleden laconiek geconstateerd dat het kind gewoon niet zo slim of sportief was, tegenwoordig wordt zoon- of dochterlief naar speciale gymnastiek en privéles gestuurd, hoogebegaafd verklaard of een pilletje ritalin in de mik geduwd. Het lijkt wel of kinderen tegenwoordig niet meer de kans hun eigen ontwikkelingstempo te volgen. Delfos zegt dan ook streng dat ouders moeten ophouden te bedenken wat zíj belangrijk vinden en zich zouden moeten aanpassen aan de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van hun kinderen.

De Amerikaanse psychologe Alice Miller (auteur van onder andere Het drama van het begaafde kind en In den beginne was er opvoeding) windt er ook geen doekjes om. Zij beweert dat opvoeden vooral het manipuleren vanuit onze eigen trauma’s, frustraties en onzekerheid is. Veel ouders hebben niet geleerd om naar hun gevoelens te luisteren. Sterker nog, ze hebben van hun eigen ouders geleerd dat die gevoelens er niet toe doen. Dat je erover heen kunt walsen of ze belachelijk maken. Zo wordt een kind dat in een sportief gezin wordt geboren de tennisbaan opgejaagd, ook als het liever met zijn dinosaurussen speelt. En kinderen van intellectuele ouders krijgen steevast boeken voor hun verjaardag – ook als ze veel liever een K3 cd willen of een baseballpet.

geestelijke verwaarlozing

Ook het verwachtingspatroon dat ouders, vaak al voor de geboorte, van hun kind hebben, kan voor problemen zorgen. Droom je van een dochtertje om lekker mee te tutten en te winkelen, maar krijg je een eigenwijze meid die alleen maar een spijkerbroek en sweater wil dragen en niets moet weten van gelakte teennagels, dan kun je je flink bekocht voelen. Hetzelfde geldt voor de vader die droomt van een zoon om mee te voetballen en die wordt opgezadeld met een dromerig jongetje dat het liefst op de hoge hakken van zijn moeder rondloopt.

Kinderen voelen het haarfijn als ze niet aan de verwachtingen van hun ouders voldoen. Ze gaan op hun tenen lopen of klappen emotioneel dicht. Storten zich in hun eigen droomwereld of in vechtpartijen. Worden bang of apathisch. Plegen verzet of gaan in discussie. Kortom: het ene kind reageert zus, het andere zo en dat heeft vooral te maken met temperament, innerlijke kracht en karakter. Maar voor al deze kinderen geldt dat ze uiteindelijk flink beschadigd uit hun jeugd tevoorschijn komen. Natuurlijk, de perfecte ouder bestaat niet. Het is onzinnig van jezelf te eisen alles goed te doen. Maar het is wel verstandig af en toe die debet-creditlijst te maken. En eerst tot tien te tellen en daarna pas je mond open te doen. Een sfeer te creëren waarin je kind zichzelf kan zijn: slim of minder slim, sportief of onhandig, sociaal of verlegen. Het gaat immers om liefde en waardering, niet om goals en targets.

TEKST RIA KERSTENS EN ELS ROZENBROEK

Bron: Linda december 2005

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *